Ko Phi Phi, Thailand

Birma

18 april 2010 - Ko Phi Phi, Thailand

 

Tussen de betogingen in Bangkok en bomaanslagen in Yangoon door, toch nog gelukt om een verslagje te schrijven... Veel onrusten dus, maar we hebben er zelf weinig van gemerkt. Gelukkig maar!

25 maart, en we zijn alweer in Thailand (de 3e keer), en deze keer houden we een 5-daagse tussenstop in Bangkok. We willen hier namelijk ons visum voor Myanmar geregeld krijgen, en dat duurt enkele werkdagen.

Met maar 2 uurtjes vliegtijd gingen we van de ene drukke hoofdstad (Hanoi-Vietnam) naar de andere (Bangkok-Thailand), maar wat een klimaatverschil alweer: welcome back aan de zon en de hitte.

Het voordeel was dat we hier 3 maanden geleden onze reis gestart hadden, dus konden we ons wat makkelijker oriënteren. De ene (Geert) al wat sneller dan de andere (Leen). Toch was het eventjes zoeken naar een geschikte slaapplaats. Bangkok is sowieso duurder, en de goedkope slaapplaatsen zijn niet altijd even proper. We besloten om een oogje dicht te knijpen op ons budget en kozen een modern hotelletje, inclusief rooftop swimmingpool. Dik in orde!

Met de boottaxi en de skytrain, dit is een bovengrondse metro, gingen we naar de ambassade van Myanmar. De aanvraag zelf is eigenlijk vlot verlopen. We moesten natuurlijk een hele hoop paperassen invullen, pasfoto’s afgeven en een reeks vragen beantwoorden: haarkleur, kleur van de ogen, naam van je vader, jobfunctie en omschrijving, gewicht,... Die aanvraag moesten we dan persoonlijk afgeven aan een medewerker, en binnen 4 dagen mochten we ons visum gaan afhalen. Niets te vroeg, want de dag erna vlogen we al naar Myanmar. Oef, we waren blij dat dat in orde was...

Dus hadden we nu enkele daagjes om te relaxen: ons uitslapen, een zwemmetje, de souvenierswinkeltjes afschuimen, wat nieuwe T-shirts aanschaffen en genieten van de 1001 prikkels die je krijgt als je door de straten van Bangkok loopt.

Zo zijn we ook naar het SIAM shoppingcentrum geweest. Dit is een immens groot gebouw, eigenlijk 3 grote gebouwen die verbonden zijn met elkaar en wel 7 verdiepingen tellen. En je vindt er alles, gaande van foodmarkets, supermarkt, klerenwinkels, exclusieve en minder exclusieve klerenwinkels, auto’s (niet voor onze portemonnee: porsche, mazzerati), electronica,... veeeeeel te veel om op te noemen. Wij zijn zelfs verschillende keren verloren gelopen.

Er waren ook betogingen (voor nieuwe verkiezingen) in Bangkok gedurende die periode. Voor we het wisten liepen we tussen de rode T-shirtjes. Maar de sfeer was zeker niet vijandig, de mensen probeerden ons uit te leggen waarom ze betoogden en vroegen zelfs of we niet meegingen. Dit hebben we toch maar niet gedaan.

Op 30 maart om 4u ‘s morgens hebben we de taxi genomen naar de luchthaven, klaar voor Myanmar. In de straten van Bangkok was het feestgedruis nog volop aan de gang...

Na een vluchtje van amper 1u15min. landden we in Yangoon, de hoofdstad van Myanmar. En we mochten ons uurwerk ook een half uurtje terugdraaien.

MYANMAR

Over Myanmar hoorden we de meest uiteenlopende verhalen. Sommigen zeiden ons: daar ga je toch niet heen, veel te gevaarlijk voor toeristen! En anderen die er al geweest waren vonden het een van de puurste reizen ooit, authentiek en met een eerlijke en vriendelijke bevolking.

Toch waren we een beetje op onze hoede toen we vertrokken. Je reist immers naar een land dat bestuurd wordt door een militaire regering en waar mensen zeer weinig vrijheden hebben. En een groot deel van het toeristengeld verdwijnt naar de regering. Zoveel mogelijk lokaal gaan luidt de boodschap, zodat de mensen rechtstreekse inkomsten hebben. Je doet hier best ook geen uitspattingen tegen het regime en je mag zeker niet verwachten dat de lokale bevolking dit durft doen. Er zijn in Myanmar ook bepaalde gebieden die volledig afgesloten zijn voor toeristen.

YANGOON

Gezien de niet zo goede staat van het openbaar vervoer met soms zeer lange bustijden en treintijden, kozen we voor een andere formule. We huurden een chauffeur gedurende onze reis en een klein reisbureautje regelde voor ons alle hotels. Ze drukten ons op het hart dat dit zeker geen overheidshotels waren maar wel privéhotels.

En bij aankomst op de luchthaven van Yangoon stond onze chauffeur ons al op te wachten. Hij bracht ons naar het kleine travelbureautje waar we nog wat paperassen kregen en bracht ons daarna naar ons hotelletje in Yangoon. En hier merkte je al direct het verschil met Thaïland. Geen moderne toestanden, wel een hotel in seventies stijl, maar met supervriendelijke mensen. We waren nog moe van zo vroeg op te staan, dus na enkele uurtjes slaap konden we er terug tegen. Het was ondertussen al namiddag, en we besloten iets te zoeken om te eten.

En zo wandelden we voor de eerste keer door de straten van Yangoon. We waren onder de indruk van het straatbeeld. Arme mensen die eten langs de kant van de weg, grote gebouwen die slecht onderhouden zijn en voetpaden die in zeer abominabele staat zijn, vaak met gevaarlijk diepe putten of open rioleringen. Dit deed ons zowaar aan Afrika denken.

We bezochten de Sule Pagode, een grote gouden pagode die in het midden van een rond punt staat. Veel mensen komen hier bidden of offers brengen. Rond de Sule Pagode werden we ook zeer veel aangesproken om dollars te wisselen naar Kyat, de lokale munt. In Myanmar hebben ze namelijk geen ATM’s of wisselkantoren, dus moet je alles in dollars of euro’s meenemen en ofwel in de luchthaven wisselen (aan een zeer slechte koers), ofwel in het hotel ofwel op straat bij mensen die het aanbieden. Dit moet wel allemaal zeer snel en een beetje verdoken gebeuren, want ‘officieel’ mogen de Birmanen geen dollars in bezit hebben. En problemen met de politie wil niemand hier. We vonden het toch niet zo veilig om enkele honderden dollars zo op straat te wisselen (je hoort verhalen over briefjes die dubbelgeplooid zitten zodat je ze telt als twee briefjes) dat we besloten om in ons hotel alles te wisselen. De voorwaarde is wel dat het kraaknette briefjes moeten zijn, zonder een kreukje of scheurtje, anders bestaat de kans dat ze het niet aanvaarden.

De volgende dag bezochten we de Shwedagon Pagode, de grootste en bekendste pagode van Yangoon. Een heiligdom voor de Birmanen. Deze lag ongeveer 1,5 km buiten het centrum, en we besloten om te voet te gaan. Onderweg werden we verschillende keren aangesproken door de bevolking, waar we vandaan kwamen en waar we naartoe gingen. Er was zelfs een oud dametje die naar Geert riep: My son, you are very welcome. En ze lachte en klapte in haar handen.

De pagode zelf is zeer groot, 98m hoog en volledig bedekt met bladgoud, prachtig in de zon. Rondom zijn er verschillende tempeltjes. Uiteraard moet je steeds je schoenen uitdoenen als je een heiligdom betreedt, zo ook deze keer. Maar dat geeft wel wat ongemakken, zeker in de heetste maand van het jaar! Ik weet niet hoe warm het hier is, maar onze verwende voetjes zullen het geweten hebben. Bijna alles is daar in open lucht, en de vloertegels zijn gloeiend heet door de zon. We moesten continu lopen van schaduwplaats naar schaduwplaats. We hebben er alletwee pijnlijke voeten aan overgehouden!

Wat ons ook opviel is dat alle vrouwen en veel kinderen een witte creme op hun wangen en armen smeren, tanaka genaamd. Dit is blijkbaar om zich te beschermen tegen de zon en ter verkoeling, een bleke huid is ook een teken van schoonheid. En de meeste vrouwen en ook mannen dragen een longyi. Dit is een lange wikkelrok, de mannen knopen de rok vooraan en de vrouwen knopen hem opzij.

’s Avonds zijn we nog een bordje rijst gaan eten en daarna was het relaxen in het hotel. Maar steeds met de zaklamp bij de hand, want de electriciteit valt hier verschillende keren per dag uit, en ’s avonds zaten we ineens in het donker, dus een extra lichtje is zeker welkom. Gelukkig schieten de noodgeneratoren tamelijk snel aan.

BAGO

Om 8u werden we opgepikt door onze chauffeur (Gio) en hij bracht ons naar Bago. Dit is een klein stadje, ongeveer 2 uurtjes rijden van Yangoon. Onze chauffeur wil ons continu vanalles laten zien onderweg. Zo stopten we om naar 2 witte (albino) olifanten te kijken en gingen we naar een lokale markt. Met lokaal bedoelen we echt wel lokaal. Zo een raar gevoel om daar als enige blanke te lopen en continu bekeken te worden. Maar steeds wordt er gelachen en heten de mensen je welkom. We proefden de lokale fluo groene frisdrank, mmm...

Bago zelf is vooral bekend door zijn vele Buddhabeelden, pagodes en andere heiligdommen. We reden de hele dag en avond rond van heiligdom naar heiligdom. En hoewel we probeerden om de namen van de pagodes te onthouden, is dat toch niet gelukt, het waren er gewoon te veel.

In ons hotel, waar we de enige gasten waren, hadden we enkel electriciteit van 19 tot 23u.

GOLDEN ROCK (KYAIKTIYO)

Voor vandaag was het terug een autoritje van 2u alvorens we op onze bestemming waren. Wat een autorit, onderweg zagen we taferelen die we nog maar weinig gezien hadden. Bijna overal op het platteland bamboe hutjes, ossenkarren, paard en kar en pickups die afgeladen vol zitten met mensen, zelfs op het dak! Er waren weinig gewone auto’s te zien. Het werd weeral eens duidelijk dat zeer veel mensen hier in armoede leven. De meeste auto’s die je ziet zijn tweedehandsauto’s. Import van auto’s is verboden maar enkel toegelaten voor generaals die deze dan voor veel geld doorverkopen aan waanzinnige prijzen.  Alweer onbetaalbaar voor de meeste mensen.

Maar dan ineens kruisten we een immens brede weg, zeker wel 10 rijvakken. Dit was een nieuwe weg die aangelegd was van de luchthaven tot aan de nieuwe hoofdstad van Myanmar, Naypyitaw. De regering steekt heel veel geld in deze nieuwe hoofdstad. Een paar jaar geleden besloot de regering de hoofdstad zomaar te veranderen van Yangoon naar een geheel nieuwe onbestaande lokatie. Dit om afstand te houden van de ambassades en NGO’s (lees: te veel ogen op hen gericht...). De contrasten met de andere wegen zijn enorm. De “hoofdstad” is ook niet zomaar toegankelijk.

De golden rock is een pelgrimsoord voor de Birmanen. Het is een grote afhangende rots bovenop mount Kyaikto. De legende zegt dat de rots in evenwicht wordt gehouden door een haar van Buddha dat in de kleine pagode zit die op de rots staat.

De tocht naar de golden rock zelf is een ‘echte’ pelgrimstocht. Eerst stopte onze chauffeur aan een soort van basiskamp vanwaar er verschillende trucks/camions vertrokken naar de berg. We moesten ook op zo’n truck. Ik denk dat er wel 50 mensen achterin zaten op houten bankjes, als sardientjes in doosjes. Wij mochten voorin zitten, mits een andere betaling. Dat was wel wat raar. De rit zelf was zeer bumpy, bochtig, warm, en vooral oncomfortabel voor de mensen die achterin zaten! Buitenlanders moesten op een welbepaald punt afstappen en verdergaan te voet, Birmanen mochten verder tot boven, of mochten ook afstappen. En daar begon onze pelgrimstocht: te voet richting golden rock, op een enorm steil pad, ongeveer 1u klimmen. Nu weten we weer dat er moet gewerkt worden aan de conditie...  Het was echt zwaar, zeker met die hitte en de zon. Onze chauffeur vertelde dat hij dit als kind volledig te voet gedaan had, dus niet met de truck maar vanaf het basiskamp, ongeveer 6u klimmen.

We waren blij dat we boven waren, tijd om wat uit te rusten. Eerst moesten we ons toegangskaartje kopen en was er de gebruikelijke registratie: onze paspoorten werden gekopieerd en er werd gevraagd in welk hotel we logeerden. In elk hotel en op vele toeristische plaatsen wordt ons paspoort gevraagd, deze info wordt doorgegeven aan de regering, zo weten ze steeds waar we zijn.

Daarna mochten we binnen in het heiligdom. De steen is inderdaad een bizar zicht, hij lijkt er elk moment af te vallen. Hij is bedekt met bladgoud. De zone rond de golden rock is enkel voor mannen toegankelijk (zucht) en dus mocht ik plaatsnemen tussen de vrouwen. Geert ging mee met Gio en ze kochten kleine stukjes bladgoud om op de rots te kleven. Dit voor ‘good luck’. Daarna ging Gio terug naar beneden en bleven wij omdat ons hotel hier vlakbij was.

Het was een zeer speciaal gevoel om alleen rond te lopen. Sommige mensen keken precies verwonderd, anderen lachten verlegen en sommigen wilden met ons op de foto. En terwijl we ons klaarmaakten voor een foto kwamen er steeds meer mensen aangelopen die ook mee op de foto wilden, zelfs monniken. De vrouwen hielden ons goed vast en bekeken ons goed. De communicatie verliep niet steeds vlot, want weinigen spreken Engels, maar dat gaf niet. 

Ons hotelletje, Mountain Top Hotel, was een pareltje met uitzicht op de heuvels, subliem. Wat een dag!

De volgende dag konden we fris aan de afdaling beginnen, en daarna verder in de truck tot het basiskamp.

En dan stond er een 6u durende rit voor de boeg richting noorden. We stopten ’s avonds in Taungoo om de nacht door te brengen. De volgende dag stond er alweer een 7u durende rit op het programma om naar Kalaw te gaan.

KALAW

De 7u durende rit werd een 9u durende rit.... De wegen gingen van goed, naar minder goed, naar minst goed. Kalaw ligt in de heuvels, op 1300m hoogte, dus de laatste uren moesten we langs zeer smalle bergpassen, grote stukken van de weg waren onverhard. Onderweg raakte de auto oververhit en moesten we eventjes stoppen omdat de rook vanonder de motorkap kwam.

In Kalaw stond er voor de volgende dag een grote wandeltocht op  het programma met een gids. We vertrokken ’s morgens en bezochten eerst de markt waar de vrouwen uit de verschillende bergdorpen naartoe komen om hun groenten te verkopen. Zeer kleurrijke taferelen! Daarna bracht Gio ons naar het vertrekpunt van de wandeling en wandelden we gedurende een 3-tal uren door de heuvels tot aan een bergdorp waar Pa-Lau mensen wonen. We waren welkom bij een oud vrouwtje in het dorp en kregen thee en koekjes. Nadat we wat bekomen waren van de hitte wandelden we terug naar het vertrekpunt.

INLE LAKE

Na alweer een dagje autorijden, met enkele tussenstops, bereikten we het stadje Nyaungshwe, de uitvalsbasis om Inle lake te bezoeken.

We huurden een bootje met roeier om een groot deel van het meer te bezoeken. Inle Lake is enorm groot, 22 km lang en op sommige plaatsen 11 km breed. Doordat het nu volop droogseizoen is, is het waterpeil van het meer zeer laag. Verschillende plaatsen waren moeilijk doorgankelijk en je voelde het wier onder de boot schuren. Ik begon alweer den bibber te krijgen. Onderweg zagen we vissers, floating gardens, drijvende dorpen, verschillende ambachtelijke winkeltjes (souvenierwinkeltjes) en vele pagodes en tempels. Er heerste daar een zeer rustig sfeertje, geen drukke stadstoestanden.

MANDALAY

De volgende dag stond Gio ons alweer op te wachten om naar Mandalay te rijden. Ongeveer 200 km rijden, maar we hebben er wel 11 uur over gedaan. Doordat er zodanig veel putten in de weg zijn, begon onze auto het te begeven na enkele uren en moesten we terugrijden naar een ander dorp om een garagist te vinden. GSM’s heeft hier bijna niemand, ook gewone telefoons zijn schaars. Een SIM-kaart voor een GSM kost immers 1500 dollar en wordt door de overheid geregeld. Onbetaalbaar voor de mensen. En zo zijn we onderweg verschillende malen gestopt om iets te repareren aan de auto. Ook vele camions staan hier blijkbaar in panne.

’s Avonds, het was ondertussen al pikdonker, bereikten we Mandalay. Nadat we ingecheckt waren in het hotel gingen we een restaurantje zoeken om te eten, want we waren uitgehongerd. Maar dat bleek toch niet zo makkelijk. Er waren veel eetstandjes langs de weg, maar dat durfden we ons niet meer riskeren wegens de vele nachtelijke WC-bezoeken sinds we in Myanmar zijn. Na wat zoeken vonden we een klein Chinees restaurantje waar ze zelfs een Engelse menu hadden.

De volgende dag gingen we te voet op stap. Onze chauffeur ging zijn auto eens laten nakijken in de garage. We wilden vooral Mandalay Hill zien, dit is de enige heuvel in de stad vanwaar je een zeer mooi uitzicht hebt over de stad. En we wilden het Mandalay Palace bezoeken, dat is omgeven door brede stadswallen. Maar in het palace zijn we nooit geraakt. Je moet daar dus 10 dollar entreegeld betalen en dan mag je het palace en nog andere pagodes in de stad bezoeken. Aan het ticketjesbureau hangt een groot blad over welke dollars ze niet aanvaarden: gekreukte, zeer oude, met scheurtjes,... Goed, ik had er speciaal de mooiste uitgekozen, die trouwens van de bank in Cambodja kwamen, maar ze waren niet goed genoeg. M.a.w. we mochten er niet in. Terwijl de lokale briefjes Kyat de meest verfrommelde en oude briefjes zijn die we ooit al gezien hebben, die zijn precies verstorven. Maar goed, aangezien het hier vol stond met legermannen waren we hier rap weg. Blijkbaar is een nieuw stuk van het paleis gebouwd door gedwongen arbeid (dit lazen we achteraf), dus we vonden het al niet meer zo erg om hier niet rond te lopen. ’s Avonds gingen we terug bij Min Min (de Chinees) eten.

De volgende dag ging alweer een dagje boordevol cultuur worden. Gio kwam ons ophalen om 8u. Eerst moesten we natuurlijk uitleggen waarom we nog geen ticket hadden, want we hadden dit ook vandaag nodig. Vandaag lukte het wel om er eentje te kopen. We bezochten eerst nog enkele pagodes en een zeer oud klooster in Mandalay, en daarna bezochten we 3 steden die rondom Mandalay liggen, de toeristische trekpleisters.

De eerste stad was Amarapura, ‘city of immortality’ waar honderden monniken in kloosters leven. Rond 11u staan de monniken in rij om te gaan eten in het Ganayon Kyaung klooster, dit was de eerste keer dat we ook zoveel toeristen zagen (20tal). Zeer gegeerd voor de foto’s blijkbaar.

Onze volgende stop was Inwa, of Ava. Dit is een klein eilandje waar de archeologen onder ons op de eerste rij zouden zitten. Met paard en kar (het vervoermiddel van het eiland, tenminste voor ons toch) bezochten we een oud klooster van 1822, en gedurende 2 uur wiebelden we het eiland rond langs oude tempels en heiligdommen. Zeer indrukwekkend allemaal, die prachtige gebouwen en dan met paard en kar over de stoffige hobbelige wegen. We kochten hier ook enkele souveniertjes van een kraampje langs een tempel. De verkoopster was zo blij dat we iets gekocht hadden, dat ze er ons gratis nog een geschenkje bijgaf. Ze zegende de rest van haar koopwaar met ons geld... Het is soms echt aangrijpend om te zien hoe de mensen hun best doen om vanalles te verkopen. Er zijn deze periode ook niet veel toeristen, dus veel verkopen ze sowieso niet. En de levensomstandigheden hier zijn soms echt schrijnend.

Nadat we een bootje terug naar het platteland genomen hadden stopten we nog in Sagaing, waar er een grote heuvel is, alweer boordevol pagodes en tempels. Inderdaad, vandaag waren we wel wat tempelverzadigd.

Voor de zonsondergang gingen we terug naar Amarapura, waar de langste teakhouten brug ter wereld is, de U Bein Bridge, 200 jaar oud en 1,2km lang. Alweer mooie uitzichten... Ook hier waren er terug mensen die zeer voorzichtig en giechelend vroegen of ze met ons op de foto mochten en waar we vandaan kwamen. De vriendelijkheid van de meeste mensen is gewoon uniek, ze heten je welkom, proberen wat Engels te praten met je.

De volgende dag was het alweer 6 uur autorijden om naar de volgende stad te gaan: Bagan. Gio vroeg of er 2 vrienden mee mochten rijden naar Bagan met ons. Binnen enkele dagen is het namelijk het Waterfestival (4 dagen lang) en Nieuwjaar. Hier wordt het einde van het droogseizoen gevierd en iedereen wordt natgesproeid met water, dat belooft. Een beetje een volksfeest dus, met optredentjes en zo, en iedereen zoekt zijn familie op gedurende die periode. Maar die 2 jongens durfden niet achteraan naast ons zitten, dus gingen ze maar alletwee op de passagierszetel zitten naast de chauffeur!

BAGAN

Bagan werd de laatste stad die we zouden bezoeken in Myanmar en is bekend door zijn zeer uitgestrekte droge vlakte met wel meer dan 4000 tempels. Een beetje zoals Angkor Wat voor Cambodja is. De meeste tempels zijn gemaakt uit rode baksteen. Bagan was (rond 1200) het hart van het Birmaanse rijk en daarom staan er hier zoveel tempels en paleizen. In vele tempels zijn nog zeer oude muurschilderingen te vinden, weliswaar in niet meer zo goede staat. De bevolking woonde tussen de tempels. Ook nu nog wonen er mensen aan de tempels.

Je kan op verschillende manieren de tempels bezoeken: per fiets, per auto of met paard en kar. Te voet is niet te doen, want de meeste tempels liggen ver uit elkaar. We fietsen alletwee zeer graag, maar de hitte maakt het niet echt aangenaam om te fietsen. Het is hier nu 45°, ’s avonds koelt het af tot 33°. Dit hebben we nog nooit meegemaakt, alsof er continu een haardroger in je gezicht blaast.

We huurden een paard en kar voor de ganse dag en vertrokken al om 8u omdat het dan nog niet zo heet was. Het landschap was zeer dor en bijna de hele tijd reden we langs kleine stoffige onverharde wegen. Enkele namen van tempels: Ananda Paya, Shwe Shan Daw (ideale tempel om de zonsondergang te zien, je kan tot boven klimmen), Dhamma Yazika en nog vele andere.

’s Middags stopten we enkele uurtjes om wat uit te rusten en omdat het te heet onder de voeten wordt om een tempel te bezoeken. Onze koetsier (of hoe noem je dat) sprak zeer goed Engels en vertelde veel over de tempels en over zijn familie. Hij nam ons mee naar het huis van zijn moeder waar de hele familie samenzat. We proefden van lokale specialiteiten en kregen een glaasje thee. Onderweg op de paardenkar reden we ook langs chique overheidsgebouwen. De koetsier liet zijn ongenoegen duidelijk blijken. En ’s avonds genoten we van een mooie zonsondergang aan de tempels.

Onze 2-weekse Myanmar reis zit er bijna op. De volgende 2 dagen reden we terug naar Yangoon om dan het vliegtuig terug naar Bangkok te nemen. Onderweg konden we genieten van de uitgelaten sfeer die er overal heerst: iedereen wordt natgesproeid met water, overal podiums met karaokemuziek en dansende mensen en kindjes die rondlopen met waterpistolen. Plezant om te zien. Toen we stopten om iets te eten vroegen ze of ze ons ook mochten natmaken en voorzichtig goten ze water over ons. Lekker fris.

Het was een drukte van jewelste toen we in Yangoon aankwamen, overal files en feestende mensen. Maar later zagen we op MRTV (Myanmar televisie) dat er bomaanslagen geweest waren later die dag in een park in Yangoon, waar wij dus met de auto gepasseerd zijn! Blijkbaar zijn er een 10-tal doden gevallen.

16 april vliegen we terug naar Bangkok waar we diezelfde dag nog een aansluiting hebben naar Phuket. In Bangkok zijn de betogingen uit de hand gelopen, maar gelukkig moeten we daar niet zijn.

En de volgende weekjes zullen eilandjes bezoeken worden: ko phi phi,... Een beetje bekomen van de voorbije 2 weken. Myanmar was een pracht van een reis, met inderdaad een uiterst vriendelijke bevolking, ondanks het regime waar ze in leven.

Tot de volgende, groetjes,

Geert en Leen

PS. Aan al onze lustige lezers, ’t is leuk en grappig om steeds jullie reacties te lezen!

 

Foto’s

9 Reacties

  1. veerle:
    19 april 2010
    Wat een zot verslag weer zeg....maar wel weer prachtige foto's om te genieten, net of we zijn er zelf bij...
  2. Joram:
    19 april 2010
    Verslagen mogen nog iets langer... krijg anders m'n uren op 't werk niet gevuld. :-)
    Met bewonderende groetjes, el Choram.
  3. Rik:
    21 april 2010
    Hey Geert en Leen, dat ziet er daar enorm authentiek uit. Super spannend in die tempels in Bagan, geen verlichting en met uw pillamp zitten pieren naar de muurschilderingen, very 19de eeuws :-) Keep on tripping.
  4. tante bib:
    21 april 2010
    amaai zoveel lees werk!de verslagen worden altijd maar langer!
    toch niet aan mij besteed volgens dat ik lees
    groetjes
  5. Lucette, Aarhulst 69:
    24 april 2010
    Door jullie reizen we elke dag een stukje mee.
    Nog veel reisplezier in de paradijselijke oorden.
    Tip van Sie: blijf van de Mekong whisky in Thailand!
    We krijgen hier allemaal goesting om onze rugzak te pakken.
    Ons moeder zegt 'chapeau', 'ge moet het maar doen'.
    Dikke kussen. Aarhulst 69.
  6. ernest en Mireille:
    29 april 2010
    hallo reizigers,

    Net weer thuis van een maandje Spanje en vlug eens gekeken naar rondje azië, maar ik zal het een andere keer lezen het is te lang om het nu nog te doen. Ik laat later wel iets weten. Dada
  7. klaas:
    29 april 2010
    Geachten

    de geregistreerde reacties zijn alles behalve grappig. Deze illustreren een kritische, realistische, non-gecencureerde doch objectieve kijk op het gebeuren. Mogen wij u vragen om volgende neergeschreven observaties professioneel te beëindigen.

    hoogachtend

    la direction générale pour des affaires ambétantes

    département du Earthfield
  8. Lien:
    1 mei 2010
    Wij willen horen hoe die full moon party was!!! :-)
  9. ingrid claus:
    7 mei 2010
    amai, ik wil dringend mijn foto's herbekijken van birma, bedankt om mij er aan te herinneren. 't Is dan wel al bijna 10 jaar geleden, maar gelukkig herken ik nog veel dingen. Ongelooflijk hoe al die bezienswaardigheden ondanks de immense armoede toch onderhouden worden!
    tip voor de blote-voeten-op-de -hete-stenen... ik had van die sokjes van op het vliegtuig bij en daarmee mag je er wel rondlopen, wel niet meer te recupereren achteraf!

    kisses

    ingrid